Lungo's longread

Zijn we smalltalk verleerd tijdens de lockdown?

Smalltalk: de één duikt weg achter een schap houdbare melk bij het zien van een bekende in de supermarkt, de ander grijpt elke mogelijkheid aan om een gesprekje te voeren. Tijdens de lockdown vielen die kleine prietpraatjes grotendeels weg. Met de versoepelingen van de maatregelen keert smalltalk terug, maar kunnen we het nog wel? “We zijn een beetje roestig geworden.

Laatst liep ik netjes met mijn mondkapje door de supermarkt. Ik had de hele dag thuis gestudeerd, want de lockdown was in volle gang. Ik had nog geen echt mens gezien die dag. Ik dacht even snel wat eten te halen in de Albert Heijn om daarna weer door te gaan met studeren. Totdat ik een bekende zag. Ik dook snel een ander gangpad in en begon verwoed een potje augurken te bestuderen. Maar ondanks mijn mondkapje werd ik herkend. Nu moest ik er wel aan geloven, de smalltalk.

Het was niet dat de persoon in kwestie niet aardig was, alleen na zo lang in een soort sociaal isolement te hebben gezeten ontstond er toch even kortsluiting in mijn hoofd. Want hoe deden mensen dat ook alweer, smalltalk? En waar moest je het dan over hebben?

Nu de samenleving van het slot gaat, zijn er weer meer mogelijkheden om even te babbelen, bijvoorbeeld met je klasgenoten of collega’s. Maar wat doet een jaar lang nagenoeg in sociale afzondering zitten met ons vermogen smalltalk te voeren?

“Oh help, daar heb je iemand. Ik heb helemaal geen tekst!”

“Het is zoals wanneer je na lange tijd in een donkere grot alleen nog met je zonnebril op naar buiten kunt. We zijn het wat verleerd, na zo lang in lockdown te zijn geweest,” zegt Iris Posthouwer, smalltalktrainer en auteur van Smalltalk Survival. “Praatjes in het voorbijgaan deden zich bijna niet meer voor. En als we nog wel smalltalk hadden, dan ging het over corona, want we maakten niks meer mee.” zegt ze. “Als je nu iemand ziet denk je misschien ‘oh help, daar heb je iemand. Ik heb helemaal geen tekst!’ We zijn een beetje roestig geworden.”

Posthouwer merkt het aan de mensen die ze traint, maar ook aan zichzelf. “Dat je op een vol terras zit en dan denkt: ‘holy shit, wat veel mensen.’ Of dat je ergens naartoe moet en denkt ‘oh jee, dan moet ik weer praten.’ We moeten weer wennen aan de prikkels. Het is een soort spier die je traint. Die kan in onbruik raken waardoor hij niet meer zo soepel is.” 

Toen ik voorbijgangers vroeg naar hun ervaringen met smalltalk, konden zij zich redelijk herkennen in mijn sociale gestuntel.

Het kan dus zomaar zijn dat je smalltalk nu zó ontwend bent, dat je het liever vermijdt. Dat je snel een ander gangpad inslaat als je een naderende kennis ziet in de supermarkt. Of dat je je uit alle macht verstopt achter je mondkapje. En dat terwijl smalltalk volgens Posthouwer wél heel belangrijk is: “het is de smeerolie van het sociale verkeer.” 

Basisschoolleerkracht Susan de Vries geeft sinds een paar maanden weer les op school, in plaats van online. ‘Achteraf merk ik hoe erg ik smalltalk gemist heb. Tijdens de lockdown was alles bloedserieus.” 

“Soms plassen we bijna in onze broek van het lachen en dan gaan we schaterend de klas weer binnen.”

“Die praatjes bij de koffie brengen ons even op adem, even in een andere mood,” zegt De Vries. Alle denkbare onderwerpen passeren de revue tijdens de pauzes: “sommige collega’s hebben het altijd over seks. Maar het gaat ook over de kringloopwinkel, alpaca’s die het gras kort houden, de nieuwe overkapping in de tuin van de ene collega. Of over de huwelijksproblemen van de ander,” lacht ze. “En ook al is het soms dikke onzin, het raakt ook wezenlijke dingen.”

In ieder geval beleven ze er grote lol aan. “We plassen soms bijna in onze broek van het lachen en dan gaan we schaterend de klas weer binnen. Die ontspanning had je tijdens corona niet meer. Het enige voordeel was dat je thuis een keer stiekem een drankje kon nemen.” 

Maar behalve de lol die mensen eraan beleven, heeft smalltalk ook echt nut, volgens Posthouwer. Haar eerste smalltalktraining gaf ze aan een advocatenkantoor op de Zuidas. Haar opdrachtgever zei: “onze mensen kunnen niet eens praatjes aangaan. Daardoor missen ze de relatie. Ze missen een vertrouwensband én vitale informatie.” 

Tijdens de coronacrisis hoorde Posthouwer vaak van de mensen die ze trainde: “ik dacht dat ik smalltalk niet leuk vond, maar ik mis het nu toch wel.” Want die kleine gesprekken hebben volgens haar alles te maken met je ‘gehoord’ voelen. “Mensen voelden zich door de lockdown totaal ontheemd en vroegen zich af: ‘doe ik er nog wel toe?’”

Juist die ervaring van je ‘gehoord’ voelen, is volgens sociaal psycholoog Carla Roos essentieel in het voeren van gesprekken. Door de coronacrisis vonden gesprekken veel meer online plaats. “Je ziet minder snel of mensen je begrijpen, want non-verbale communicatie -zoals knikken of glimlachen- kan online niet. Daardoor voelen mensen zich eerder genegeerd en lopen discussies sneller uit de hand.” 

Smalltalktrainer Posthouwer is niet de enige die wijst op het belang van smalltalk. Al in 1923 werd dit verschijnsel onderzocht door antropoloog Bronislaw Malinoswki. Hij noemde het ‘phatic communication‘: communicatie waarbij het uitwisselen van informatie niet het doel op zich is, maar waarbij het draait om het scheppen en onderhouden van een sociale band tussen de gesprekspartners. En in 2014 legde Elizabeth Dunn van de Universiteit van Brits-Columbia de link tussen geluk en het voeren van korte gesprekjes met vreemdelingen: van praten met onbekenden word je vrolijker, concludeerde ze.

“Maar veel mensen vinden smalltalk lastig,” zegt Posthouwer, “Ze ontwijken het liever dan dat ze plichtmatig praten over het werk of de kinderen van een vage kennis.” Dat was ook al zo voor corona, maar voor wie smalltalk al lastig vond, is het na de coronacrisis nog moeilijker om weer onder de mensen te komen, denkt Posthouwer. “Extraverte mensen hebben er wat minder moeite mee, maar die hebben weer hun eigen problemen: die vragen zich misschien af hoe ze een einde moeten breien aan zo’n gesprek.” 

Joanneke Koster, werkzaam bij het secretariaat van de Rijksuniversiteit Groningen,  vond het eigenlijk wel fijn dat er minder smalltalk was, tijdens de coronacrisis. Dat je op je werk vijf keer naar hetzelfde verhaal over iemands weekend moet luisteren, dat hoeft voor haar niet.  Maar haar collega’s misten het wel, dus kwam er een online smalltalksessie om toch even iedereen een momentje te geven om iets te vertellen. “Een soort scherm voor koetjes en kalfjes.” 

Koster zoekt liever sneller de verdieping. Tijdens het werken is ze doelgericht. Of ze helemaal niet aan smalltalk doet? “Jawel, maar dat komt bij mij pas later, als ik mensen al wat beter ken.” Maar volgens Posthouwer hoeft smalltalk niet altijd oppervlakkig te zijn. “Er wordt wel eens gezegd dat het niet over politiek mag gaan, maar het smalltalk kan juist een manier zijn om uit je bubbel te komen. ”

“En natuurlijk mag je ook af en toe wegduiken, ik duik ook nog wel eens weg,” zegt Posthouwer. En ik vind het soms ook heerlijk dat mensen me niet herkennen met een mondkapje. Je kunt nu ook dóén alsof je elkaar niet ziet. Maar het is ook leuk om er een ‘hack’ op te hebben. Al praat je even drie seconden over wat je gaat eten vanavond, dan heb je toch even contact.”

En voor wie smalltalk écht niet meer aandurft na de lockdown, geeft Posthouwer goede raad:

1 reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: