Binnenland Politiek

‘We betalen alles zelf’

De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Maart lijkt nog ver weg, maar gemeentelijke partijen zijn al druk met het opzetten van campagnes, het schrijven van verkiezingsprogramma’s en het samenstellen van kandidatenlijsten. Stuk voor stuk tijdrovende bezigheden naast het reguliere werk als raadslid én voor lokale partijen een financieel zware tijd. Want zij krijgen geen overheidssubsidies in tegenstelling tot de partijen met grote broers en zussen in Den Haag.

Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen in 2018 kregen de ruim 800 lokale partijen 1,9 miljoen stemmen. Dat betekent dat van alle kiesgerechtigden bijna 30% op een lokale politieke partij stemde. Ter vergelijking: de VVD stond op plek twee met minder dan de helft van de stemmen, 916.930. Lokale partijen zijn dus hot, maar zij behaalden dit resultaat met minimale financiële middelen.

In februari van dit jaar riepen Jan van Zanen, voorzitter van de Verenging Nederlandse Gemeenten en burgemeester van Den Haag, en Winnie Prins, voorzitter Kennispunt Lokale Partijen en wethouder in Zwolle, in een opiniestuk in het AD de landelijke politiek al op om ook aan lokale partijen overheidssubsidies te verstrekken: ‘Er is elk jaar 25 miljoen euro landelijke subsidie voor politieke partijen. Daarvoor kom je als partij in aanmerking als je een zetel in de Eerste of Tweede Kamer hebt en minstens duizend leden. Aan die voorwaarden kunnen lokale partijen nooit voldoen. Alle subsidie gaat dus naar landelijke partijen’.

‘Wij moeten alle kosten die we richting de verkiezingen maken allemaal zelf betalen. Onze raadsleden en wethouders doen jaarlijks een behoorlijke bijdrage in de partijkas en ons bestuur heeft zelfs voor de vorige verkiezingen een aantal donaties moeten halen bij ereleden van boven de 80’, aldus Ron Reinds. Reinds is raadslid voor de lokale partij Gemeentebelangen Borger-Odoorn en strijdt al een aantal jaren voor gelijke behandeling voor lokale partijen. Op dit moment telt zijn partij ongeveer 100 betalende leden en zij maakt geen gebruik van sponsoren of andere externe geldschieters. ‘We betalen alles zelf.’

Lokale partijen krijgen geen overheidssubsidies als gevolg van beperkingen in de Wet Financiering Politieke Partijen, waarin enkel de landelijke partijen worden erkend voor de subsidies. Dat houdt dus in dat landelijke partijen gelden krijgen toegekend vanuit deze wet en dat zij deze zelf kunnen verdelen onder hun lokale afdelingen. Deze gelden mogen worden ingezet voor trainingen, cursussen, lezingen, campagnes en ook de aanschaf van materialen die het (raads)werk vergemakkelijken. Op dit moment lopen er processen om deze wet onder te brengen in het in 2019 aangekondigde wetsvoorstel voor de Wet op de Politieke Partijen.

‘Voormalig minister Ronald Plasterk van de PvdA gaf in 2013 eigenlijk geen goed antwoord op de vraag waarom lokale partijen buiten de wet vielen. Die zei gewoon: ‘Dat gaan we niet doen, ze zoeken het zelf maar uit daar in de gemeenten’, dat vind ik nou echt een beetje asociaal van onze sociale PvdA- minister. Je hoort wel eens van inwoners dat ze zich in de steek gelaten voelen door de overheid, maar wij als lokale partijen voelen ons nu ook zo’, zegt Reinds.

‘Het is veel meer werk dan ik verwacht had, ben er eigenlijk dagelijks wel mee bezig en het is pas juni. Nu zie je wel hoeveel werk het vergt en hoeveel het wel allemaal niet kost. Wij moeten echt op de kleintjes letten’. Volgens Reinds kost de verkiezingscampagne van zijn lokale partij zo’n 10.000 euro. ‘Een behoorlijk bedrag voor maar 100 leden en dan hebben we de kosten voor trainingen en cursussen nog niet eens meegerekend.’

Helemaal subsidieloos hoeven lokale partijen niet te zijn. Dat stelt John Uffels, bestuurslid bij OSF (Onafhankelijke SenaatsFractie). Op haar website schrijft OSF dat zij een samenwerkingsverband is tussen een aantal onafhankelijke provinciale partijen. Op dit moment bezet OSF één zetel in de Eerste Kamer, wat dus betekent dat zij aanspraak kan maken op de jaarlijkse overheidssubsidies.

‘Deze subsidies delen we met onze provinciale partners in de vorm van trainingen, cursussen en financiële ondersteuning. We zijn ook medeoprichter van het Kennispunt Lokale Politieke Partijen dat als doel heeft om alle lokale partijen op hetzelfde niveau qua financiën en kennis te krijgen als de landelijke partijen. Vanuit het kennispunt bieden we die trainingen aan en dat gaat nu steeds beter. Daar ben ik erg blij mee’, aldus Uffels.

Als Reinds naar OSF gevraagd wordt, reageert hij het volgende: ‘Ja klopt, OSF hebben we ook nog, maar wij hebben daar zelf geen band mee. We hebben wel een band met een provinciale partij die ons eventueel wel wil helpen en die geld krijgt via OSF, maar ja die kan ook niet zeggen van ‘hier op je 10.000 euro’. Die hebben ook te maken met al die lokale partijen, dus leveren ze slechts een summiere bijdrage.’

Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet op de Politieke Partijen in werking en tot die tijd hebben de lokale partijen en de VNG nog om de landelijke politiek te bewegen tot het aanpassen van de criteria voor subsidieverstrekking. Voor Reinds en zijn partij zal dit richting de komende verkiezingen geen soelaas meer bieden, ‘maar we moeten het vooral hebben van onze eigen boodschap, niet van tierelantijntjes in een campagne’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: