Binnenland Lungo's longread

Van jong tot oud: één miljoen Nederlanders hebben een vorm van rijangst. ‘Iedere boerenlul kan toch rijden?’

Lang niet iedereen met een rijbewijs stapt zomaar achter het stuur. Naar schatting worden een miljoen mensen in Nederland angstig van autorijden. Ondanks het feit dat het dus een veelvoorkomend probleem is, rust er een taboe op de fobie.

Gerda (82) uit Nijverdal rijdt sinds twee jaar niet meer. Niet omdat haar rijbewijs niet meer geldig is, maar omdat ze bang is in het verkeer. Het is haar veel te druk op de weg. “Als ik rijd kan ik alleen maar denken, ‘Oh als er maar niks gebeurt’.” En dat terwijl ze al 53 jaar haar rijbewijs heeft.

Een paar jaar geleden, op een rotonde ergens in het oosten van het land, botst Gerda met haar auto op een auto van links. “Het was mijn schuld,” zegt ze. “Er was alleen maar blikschade, maar het heeft bij mij wel angst ingeboezemd.” Toen ze daarna ook nog eens een andere auto kreeg, is ze helemaal gestopt met rijden. “Ik gaf het heel graag uit handen. Als ik wel reed, en mijn man dan naast mij zat, werd ik er helemaal nerveus van. Hij maakte geen opmerkingen ofzo, maar vanwege zijn lichaamstaal. Dan voelde ik: ik doe iets niet goed.”

‘Iedere boerenlul kan toch rijden?’

Met klamme handjes aan het stuur, stikzenuwachtig worden van de snelweg, kilometers omrijden of zelfs helemaal niet meer met een auto de weg op. Naar schatting van angstbehandelcentrum IPZO leiden een miljoen Nederlanders aan amaxofobie: angst voor autorijden. Daarvan rijdt de helft van de automobilisten zelfs helemaal niet meer. Toch wordt er weinig over gesproken: experts op het gebied van rijangst spreken van een taboe.

Yvette van der Pas, klinisch psycholoog en cognitief gedragstherapeut, schreef het boek Rijangst. De fobie kan verschillende aanleidingen hebben, vertelt ze. Bijvoorbeeld een auto-ongeluk zoals die van Gerda. “Maar iemand kan ook een keer geschrokken zijn in het verkeer en daardoor het autorijden steeds meer vermijden, totdat ze uiteindelijk helemaal niet meer rijden,” legt Van der Pas uit. “Of iemand heeft bijvoorbeeld een baby gekregen en voelt zich daardoor oververantwoordelijk. Of iemand kampt met een paniekstoornis.”

Mensen praten niet graag over de angst, zegt Van der Pas. “Het is een heel erg schaamtevol onderwerp voor mensen. Sommigen bedenken zelfs smoesjes om onder het rijden uit te komen: ‘Ik heb geen auto’, of ‘Ik heb te veel gedronken.’ Omdat iedereen maar geacht wordt om te kunnen rijden. Mensen met rijangst denken: ‘iedere boerenlul kan dit, waarom ik dan niet?'” Ik zou zeggen: En dat terwijl mensen met rijangst niet per se slechte chauffeurs zijn. “Velen denken dat ze het niet kunnen omdat ze bang zijn, dat is een denkfout. Bang zijn is niet hetzelfde als niet competent zijn.”

Jong een rijbewijs, weinig oefening

“Wat ook veel voorkomt zijn jonge mensen die hun rijbewijs halen en vervolgens geen geld hebben om een auto te kopen. Daardoor rijden ze bijna niet, en oefenen ze dus niet genoeg,” zegt Van der Pas. Als er dan vervolgens iemand commentaar heeft op hun rijstijl, dan zijn ze daar gevoelig voor. “Dan denken ze, ik rijd maar niet.”

Denise Overkleeft (23) herkent zich wel in deze categorie rijangstigen. Haar rijbewijs wordt vaker gebruikt als legitimatie aan de kassa dan als bewijs van rijbekwaamheid. “Ik rijd echt bijna niet. Ik zou niet durven zeggen wanneer de laatste keer was dat ik achter het stuur heb gezeten.”

Overkleeft haalde haar rijbewijs in 2016. Ze was net begonnen aan een studie in Groningen. “Vlak na mijn rijlessen voelde ik me nog best comfortabel. Dan heb je bijna wekelijks in een auto gezeten.” Maar in de periode die volgde ging ze nog maar weinig de weg op, waardoor de drempel voor haar steeds hoger werd. “Ik weet niet of ik het angst zou noemen. Maar ik vind het wel heel spannend.  Ik vind het wel beangstigend om er over na te denken. Wat is het ook al weer, spiegel, schouder, en …? Ik weet het al niet eens meer.” 

Rijangstbegeleiding en opfris-cursussen

“Ik sta er best wel voor open om weer wat lessen te nemen, als er nog meer tijd overheen gaat,” zegt Overkleeft. “Al is het maar één les, gewoon dat je even iemand naast je hebt die de controle kan nemen.” Dat soort opfris-rijlessen zijn Gerda niet onbekend: “Ik heb op mijn verjaardag, een jaar of vijf geleden, een aantal rijlessen gekregen”, vertelt ze. “Maar echt geholpen heeft het niet. Ik schrok me al wild toen de instructeur met zo’n grote auto voor kwam rijden.”

Opfrislessen en rijangst-cursussen zijn een populaire manier om rijangst te bestrijden. Aljo Kleefstra uit Haren begeleid al 15 jaar mensen met rijangst. “Ik gaf rijles en kreeg steeds meer mensen die angstig waren op de weg. Toen ben ik allemaal cursussen gaan doen om die mensen het beste te kunnen begeleiden.” Kleefstra is psychosociaal therapeut, hypnotherapeut en master neurolinguïstisch programmeren.

Ook zij bevestigt het beeld dat mensen zich vaak schamen voor hun rijangst: “De meeste mensen die ik langs krijg zijn er al jaren mee bezig. En ik zie ook mensen die bijvoorbeeld hun baan erdoor verloren zijn. Mensen met rijangst zijn vaak bang om het toe te geven. Bang dat anderen denken, nou dan neem je toch een lesje?”

Afslaan midden op het kruispunt

Onterecht, volgens Kleefstra. “Als ik adviseer om het toch te vertellen aan vrienden en familie, dan zijn ze vaak verbaasd dat er meer mensen last van hebben. En dan vertellen ze mij: ‘Oh die heeft het ook. En die, en die.’ ”

Ook Kleefstra ziet veel diverse aanleidingen voor rijangst en verschillende gradaties van de fobie. Van chronisch trauma tot perfectionisme, er kan van alles leiden tot klamme handjes achter het stuur. “Sommigen zijn bijvoorbeeld heel bang dat de auto afslaat, midden op het kruispunt. Omdat ze bekeken worden. Dat heeft dan te maken met presteren en de angst om beoordeeld te worden. Véroordeeld te worden.”

‘Anders is er altijd nog de trein’

Er is veel vraag naar rijangstbegeleiding, vertelt ze. “Ik werk in heel Noord-Nederland en ik heb het druk.” Zo druk dat ze geen reguliere rijles-kandidaten meer aanneemt. “Ik denk dat 80% weer met plezier achter het stuur kruipt na de begeleiding. En anders is er altijd nog de trein.”

Gerda weet niet of ze ooit nog achter het stuur zal kruipen. “Soms denk ik, nou, vooruit, het moet nog maar eens gebeuren. Maar zo ver kom ik niet nu. Ik zou best nog wel eens willen rijden, maar ik weet niet of dat het alleen maar een droom is, of dat dat nog echt gaat gebeuren.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: