Buitenland Geen categorie Lungo's longread

Demonstratierecht onder druk door coronamaatregelen en relschoppers

Door Uko Pruis en Rik Durkstra

Demonstratie. In de Dikke Van Dale staat bij dit woord: ‘optocht om bepaalde gevoelens kenbaar te maken; = betoging.’ In tijden van corona lijkt een optocht geen goed idee. Maar de wil om bepaalde gevoelens kenbaar te maken leeft enorm. Hoe sterk is het recht om te demonstreren en wat mogen burgemeesters doen om dit recht te beperken?

Burgemeester John Jorritsma van Eindhoven was er op 15 januari in een interview met Eindhovense nieuwzender studio 040 duidelijk over: hij wil demonstraties verbieden als de volksgezondheid in het geding komt. Toen hem gevraagd werd of hij zich daarmee op glad ijs begeeft ten aanzien van de grondwet, zei hij: ”We trekken ergens een streep, als men het hier niet mee eens is, we meet each other in court.” Er is dus spanning tussen het recht van mensen om te demonstreren en de coronamaatregelen.

In de laatste week van januari was er een golf van demonstraties tegen de coronamaatregelen in Nederland. Bekende voorbeelden zijn demonstraties in Eindhoven en Amsterdam waar verschillende vernielingen zijn gepleegd en op Urk is op 23 januari een GGD-testlocatie in de brand gestoken. Uit angst voor vernielingen en verstoringen van de openbare orde, zetten burgemeesters in sommige gevallen een noodverordening in. Zo’n noodverordening legt een gebiedsverbod op voor een bepaalde tijd en geeft extra bevoegdheden aan de politie zoals preventief fouilleren. 

Iedereen die tijdens een noodverordening nog op straat is, wordt gesommeerd naar huis te gaan en kan beboet worden. Door de bovengenoemde geweldsincidenten is de neiging van burgemeesters om een noodverordening in te zetten vergroot. Dit kan ertoe leiden dat vreedzame betogers hun demonstratierecht wordt ontnomen. 

Burgemeester van Leeuwarden, Sybrand Buma, voerde op 30 januari een noodverordening in die gold van 17.00 uur tot 04.30 uur. Op de website van de gemeente Leeuwarden schrijft hij: “wij nemen het recht op demonstreren zeer serieus, maar de afgelopen tijd zijn onaangekondigde samenkomsten in andere steden vaak uitgelopen in ongeregeldheden. Hierbij werd een hoop schade toegebracht aan de omgeving.” Volgens de Leeuwarder Courant stelde Buma dat “de noodverordening bedoeld is om mensen of groepjes mensen die willen samenkomen, aan te kunnen spreken voordat er wanordelijkheden ontstaan.” Hoewel Buma dus erkent dat het recht op demonstreren erg belangrijk is, trekt hij de lijn bij wat hij noemt ‘ongeregeldheden’. Heeft een burgemeester het recht om te bepalen wanneer iets wel of geen demonstratie is? 

Dat roept de vraag op: Wat is eigenlijk een demonstratie? Er is sprake van een demonstratie wanneer twee of meer mensen in het openbaar een mening uiten. Individuele protestmarsen, bijvoorbeeld, vallen hierdoor niet onder een demonstratie omdat het collectieve karakter ontbreekt. Het recht op demonstreren is verankerd op Europees, landelijk en gemeentelijk niveau. Artikel 11 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) stelt dat “eenieder recht heeft op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging.” Op landelijk niveau is het recht op demonstratie vastgelegd in de grondwet.

Demonstreren is hierdoor een grondrecht in Nederland. Er zijn twee verschillende soorten grondrechten te onderscheiden; absolute grondrechten en beperkte grondrechten. Het recht op demonstratie valt onder de laatste categorie. Artikel 9.1 van de Grondwet geeft een aanvullende bepaling (beperking) op het recht om te demonstreren. Deze luidt: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Dit betekent dat specifieke wetgeving het demonstratierecht kan beperken.

“Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”

Berend Roorda, hoogleraar demonstratierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen ziet het als een  primaire taak van de overheid om het demonstreren te faciliteren. “Demonstranten hebben in beginsel zelf de vrijheid om de plaats en inhoud te kiezen. Burgemeesters kunnen de plaats, het tijdstip en het aantal deelnemers van een demonstratie beperken. De gemeente mag zich niet inhoudelijk bemoeien met een demonstratie.” De grondwet maakt het mogelijk dat demonstranten een bepaald punt kunnen maken tijdens een demonstratie op een bepaalde plek, zegt Roorda. 

Demonstraties moeten echter wel aan bepaalde eisen voldoen. Deze zijn vastgesteld in De Wet Openbare Manifestaties (WOM) die specifiek is opgesteld met het doel om demonstraties te reguleren. Deze wet biedt daarbij burgemeesters de mogelijkheid om een noodverordening af te kondigen. Hiervoor zijn drie beperkingsgronden; ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en om wanordelijkheden te voorkomen. Volgens Roorda hebben burgemeesters de afgelopen maanden de gezondheidsreden veelal gebruikt om een demonstratie te verbieden; bijvoorbeeld wanneer vooraf duidelijk is dat anderhalve meter niet kan worden gewaarborgd of wanneer deze regel zichtbaar tijdens een demonstratie veelvuldig werd overtreden. 

Deze beperkingsgrond werd volgens Roorda vóór de coronacrisis nauwelijks ingezet. “Bij Occupy demonstraties in het verleden, werd er beroep gedaan op ‘gezondheid’ omdat het te druk werd met tenten en vanwege brandveiligheid. De vraag die toen al veel gesteld werd door burgemeesters was in hoeverre kan je de gezondheid als beperkingsgrond inzetten als het gaat om de gezondheid van de demonstranten zelf? Het aangrijpen van de gezondheid als beperkingsgrond is sinds de coronacrisis een legitiem middel geworden. Wanneer demonstranten geen anderhalve meter afstand houden, kan een beroep worden gedaan op de beperkingsgrond ‘gezondheid’ om verdere verspreiding van het coronavirus te beperken.

Foto Occupy demonstratie: CNN

De WOM biedt burgemeesters ook handvatten om demonstraties te verplaatsen naar minder prominente plekken. Volgens Roorda is dit problematisch. “Het doel van een demonstratie is een publiek bereiken; je punt maken daar waar dat relevant is.” Als voorbeeld haalt hij bufferzones bij abortusklinieken aan. “Hiermee kunnen demonstranten niet hun geluid laten horen, daar waar ze dat willen doen.” In tegenstelling tot deze demonstraties zijn coronademonstraties minder plaats-afhankelijk; coronaregels gelden in het hele land.  Het voornaamste doel is dat zij een groot publiek aantrekken. Wanneer dit door een verplaatsing wordt verhinderd, dan kan een dergelijk besluit worden verworpen door de rechter. 

Een demonstratie moet vooraf bij een gemeente aangemeld worden. De WOM stelt in art. 3 lid 1 dat gemeenten zelf hun regels omtrent het aanmelden van een manifestatie kunnen regelen. Gemeenten zijn hiermee ook vrij om af te zien van een aanmeldplicht; iets dat in enkele Europese landen wordt gedaan. Nederlandse gemeenten hebben echter wel een aanmeldplicht, zo valt te lezen in de model-Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Als reden voor de verplichting wordt vaak genoemd dat de politie eenheden moet reserveren voor demonstraties om de veiligheid te bewaren. De burgemeester, politiechef en de Officier van Justitie (ook wel: de driehoek) bepalen uiteindelijk of er bepaalde voorwaarden aan (met name grote) demonstraties moeten worden opgelegd. Tijdige aanmelding is hierdoor verplicht zodat de burgemeester onder andere inzicht heeft in de groepsgrootte. Als een gemeente niet op tijd is geïnformeerd over het aanvangen van de betoging, kan de demonstratie worden verboden. 

De aanmeldtermijn voor demonstraties, te vinden in art. 2.3 van de APV, verschilt enorm per gemeente. Daarnaast wordt op de verschillende aanmeldpagina’s (hierna: pagina) van de zes grootste gemeenten van Nederland ook nog eens verschillende informatie gedeeld. In Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Eindhoven moet een demonstratie 48 uur van te voren worden aangemeld. Deze termijn wordt ook voorgeschreven in het model APV. In Den Haag geldt een termijn van 4×24 uur en in Utrecht volstaat een aanmelding van 24 uur voor aanvang van de demonstratie. Ook wordt in Utrecht de mogelijkheid geboden om telefonisch een demonstratie door te geven, wanneer deze binnen 24 uur plaatsvindt. 

GemeenteAanmeldtermijnDuidelijkheid
Amsterdam48 uurGeeft geen demonstratieregels; geen verwijzing naar de APV
Rotterdam48 uurGeeft overzichtelijk de demonstraties weer
Den Haag4×24 uurInloggen met Digid verplicht
Utrecht24 uur, met de optie om een demonstratie telefonisch door te gevenGeeft de demonstratieregels weer. Legt daarbij ook uit wat een demonstratie is
Eindhoven48 uurGeeft geen demonstratieregels
Groningen48 uurGeeft geen demonstratieregels; verwijst wel naar de APV
Aanmeldtermijn APV

Amsterdam, als grootste gemeente van Nederland, waar bovendien de meeste demonstraties in Nederland voorkomen, geeft geen demonstratieregels weer op de pagina. Steden als Eindhoven en Groningen maken de demonstratieregels ook niet kenbaar op de pagina’s. De laatstgenoemde stad verwijst echter wel naar de APV. De aanmelder die zich er niet bewust van is dat de regels in de APV staan, tast in het duister. De gemeente Rotterdam en Utrecht loodsen daarentegen de aanmelder door de spelregels van de demonstratie. De gemeentelijke verschillen in aanmeldtermijnen en informatievoorzieningen creëren zo een ongelijk speelveld voor demonstranten uit verschillende gemeenten.

Ook de huidige coronamaatregelen hebben invloed op het recht van demonstratie. Deze maatregelen leggen beperkingen op voor de groepsgrootte en uiting van demonstraties. Een demonstratie dient statisch plaats te vinden; een route lopen is verboden. De betreffende gemeente wijst een geschikte plek aan voor de demonstratie. In het algemeen betekent de anderhalvemeter-regel dat minder mensen gebruik kunnen maken van het demonstratierecht doordat er minder mensen op een plek bijeen mogen komen. 

Kenmerkend voor een demonstratie is dat er door twee of meer mensen in het openbaar een mening geuit wordt. Als de gezamenlijke meningsuiting op de achtergrond raakt en de actie wordt ingezet als een dwangmiddel tegen een groep mensen of de overheid, dan valt het niet meer onder het demonstratierecht. 

Of coronademonstraties wel of niet onder het demonstratierecht vallen, dient per geval uitgezocht te worden. Ook wanneer er sprake is van strafbare uitingen tijdens een demonstratie, is er nog steeds sprake van een demonstratie volgens Roorda. Zelfs een provocerende inhoud valt alsnog onder het recht om te demonstreren. Demonstraties mogen dan ook best een beetje schuren of zelfs kwetsen; dat hoort bij een rechtstaat. Wanneer geweld en vernielingen op de voorgrond komen, vervalt het label ‘demonstrant’ en kunnen groepen worden aangemerkt als relschoppers. Als voorbeeld noemt Roorda de veroordeelde ‘blokkeerfriezen.’ Hierbij stond het uiten van een mening niet centraal. De mening werd ingezet als dwangmiddel om het demonstratierecht af te nemen van de groep die wilde protesteren in Dokkum. 

“Demonstraties mogen best een beetje schuren of zelfs kwetsen; dat hoort bij een rechtstaat.”

Doordat plegers van strafbare uitingen, in de media vaak aangeduid als relschoppers, zich begeven tussen demonstranten is het soms lastig om onderscheid te maken tussen die groepen. “Ik kan me wel voorstellen dat er verwarring ontstaat,” zegt Roorda. In het geval van coronademonstraties is het de taak van burgemeesters om per situatie een onderscheid te maken tussen relschoppers en demonstranten. Voorzitter van de veiligheidsregio Hubert Bruls zei eerder bang te zijn dat coronademonstraties worden gekaapt door ‘coronahooligans.’ 

Geweldsincidenten kunnen voorkomen tijdens demonstraties. In dergelijke gevallen mag een demonstrant niet worden aangemerkt als relschopper. Wanneer het primaire doel echter het inzetten van geweld of vernielingen is dan staat het uiten van een mening niet meer voorop en is er sprake van een rel. In die gevallen, vervalt de bescherming van het demonstratierecht en heeft de politie onder andere het strafrecht tot zijn beschikking om relschoppers aan te houden bij vernielingen of diefstal. Wanneer beperkingen worden opgelegd bij een demonstratie wordt de gehele groep aangezien als potentiële relschopper. Het afgenomen recht van de groep vreedzame demonstranten weegt dan minder zwaar dan het voorkomen van grootschalige vernielingen. 

Burgemeesters hebben de plicht om hun stad te beschermen. Voor hen is het van het grootste belang om hun taak als beschermers van het demonstratierecht serieus te nemen. Het is gevaarlijk voor de rechtstaat om demonstraties te verbieden, maar ook om demonstranten in de media uit te maken voor relschoppers. Het demonstratierecht is een belangrijke pilaar van onze rechtsstaat. Deze pilaar staat slechts fier overeind als het demonstratierecht niet geschonden wordt door noodverordeningen die niet strikt noodzakelijk zijn. Ook moet dit recht met trots door burgers kunnen worden ingezet, zonder dat politieke leiders ze als relschopper neerzetten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: