Groningen Lungo's longread

Socioloog Lisa Janssen (25) uit Groningen zet frustraties om in onderzoek: ‘Van hoge verwachtingen gaat een kind vliegen’

Lisa Janssen (25) zit aan de eettafel van haar knusse appartementje vlak binnen de Groningse grachten. Voor haar een laptop, een iPad en een schaaltje borrelnootjes. Als trainee bij team onderwijs van de gemeente Groningen heeft ze een thuiswerkdag vol calls achter de rug.  “Ik ben echt een beetje gaar,” geeft ze verontschuldigend toe. Maar het geeft niet, want zodra ze begint te praten over onderwijs, bloeit ze helemaal op.

Als afgestudeerd socioloog won ze kortgeleden de Scriptieprijs van het tijdschrift Mens en Maatschappij met haar masterscriptie over onderwijskansen van leerlingen uit achterstandssituaties. Met zo’n academische prestatie zou je misschien niet verwachten dat Janssen dertien jaar geleden begon op het vmbo in Zuid-Limburg.

Lisa met haar Masterdiploma

“Op het vmbo-kb zat ik niet op mijn plek,” verzucht ze. “En ik moest eigenlijk ook nog bijna afstromen naar basis-beroeps. Toen zei mijn moeder, ‘en nu is het afgelopen, nu ga je even normaal doen’, en toen mocht ik dus uiteindelijk wel naar de tweede klas van kader.”

Dat jaar kreeg haar leven een bijzondere wending, in de vorm van haar nieuwe mentor, Ger Vleugels van het Graaf Huyn College. “Die man heeft gewoon mijn leven veranderd. Dat klinkt een beetje gek maar dat is wel echt zo. Hij kwam naar mij toe en hij zei:  ‘Wat wil jij nou in het leven? Ik zie dat jij anders bent dan de meeste mensen in de klas.’ Hij zag echt de mens in mij.”  Vleugels belooft Janssen te steunen. 

Ook wanneer ze een jaar later naar het hoge Noorden vertrekt. “Hij heeft voor mij belletje gedaan naar Groningen, want het derde jaar zou ik beginnen aan het vmbo-tl. Ik had goede cijfers en mocht opstromen.” Ondanks de promotiepraatjes van haar mentor is Janssen niet meteen overal welkom. ,”Ik ben op verschillende scholen in Groningen niet aangenomen. Ik zat zelf bij die gesprekken.” Bij twee scholen mocht ze niet aan haar derde vmbo-tl jaar beginnen. Bij het Augustinus College in de stad kreeg ze wel een kans.

“Het was wel pittig, maar ik wilde héél graag. Met hard werken kwam ik er goed doorheen. Ik ben op het nippertje geslaagd, maar dat kwam ook mede door een instabiele thuissituatie: door de scheiding van mijn ouders heb ik het vroeger wel gewoon lastig gehad. Er was altijd veel aan de hand en is nooit echt stabiel geweest.” Met haar eindexamencijfers, die dus niet erg overtuigend waren, stapt ze naar de teamleider van de havo.

“‘Ik wil zo graag naar de havo. Kan dat?’ Vroeg ik aan haar. Ik had zelf echt voor ogen dat er nog zoveel te halen was voor mezelf. Ik kon nog zoveel leren. Op de havo was er eigenlijk veel meer informatie, maar ik kon het opeens allemaal veel beter redeneren. En dat betekent niet dat ik meteen op mijn twaalfde op de havo ­had kunnen beginnen, maar ik werd er opeens wel gelukkig van. Ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei in 4-havo, Mam, ik voel mijn hersenen gewoon groeien. Dat was echt… Bizar.”

Janssen beaamt dat ze hard heeft moeten werken om te komen waar ze nu is, maar benadrukt dat het ontzettend belangrijk is dat er mensen rondlopen in het onderwijs die je zien als kind. “Dat ìk de kans kreeg, dat mensen mìj vertrouwden. Hoge verwachtingen, dat doet iets met een kind. Daar gaat een kind van vliegen. Die mensen die mij zagen zijn waanzinnig. Die heb je nodig.”

Na havo 5 loopt ze op een beroepenmarkt per ongeluk een voorlichting binnen van een socioloog. “Toen dacht ik, hé. Dit is interessant.” Janssen haalt haar propedeuse hbo-communicatie en begint aan een bachelor Sociologie aan de RUG. “En daar zat ik helemaal op mijn plek. Ik leerde over de maatschappelijke ontwikkelingen die ik eigenlijk vroeger ook met eigen ogen had gezien, zoals multiproblematiek op vmbo-scholen. Die hele ervaring, die segregatie, die kansenongelijkheid, dat frustreerde mij zo.”

Die frustratie zet ze tijdens haar master om in onderzoek. In haar scriptie onderzocht Janssen het verschil in onderwijskansen tussen kinderen met een achterstanden (lageropgeleide ouders) en leerlingen zonder achterstanden (middelbaar- en hogeropgeleide ouders). Bij het schoolbestuur Openbaar Onderwijs Groningen koppelde ze leerlingen aan elkaar die cognitief gelijk zijn, maar wel uit andere milieus kwamen.

“We koppelden leerlingen op basis van basisschool, geslacht en tevens op een rekenscore zodat we konden verwachten dat die leerlingen ongeveer gelijk presteerden. Vervolgens vergeleken we hun schoolloopbanen. De schooladviezen van voor de CITO toets die de gekoppelde leerlingen kregen, waren eigenlijk gelijk. Dat was mooi nieuws. Ook met de Citoscores zagen we dat beide groepen leerlingen gemiddeld gelijk scoorden. Dan zou je verwachten dat beide groepen leerlingen ook op hetzelfde niveau op de middelbare school beginnen.”

Maar, je raadt het misschien al wel, dat is dus niet zo. Leerlingen met middelbaar- en hoogopgeleide ouders beginnen gemiddeld een half niveau hoger dan leerlingen met laagopgeleide ouders. Daar tussen de basisschool en middelbare school gebeurt dus iets. Maar wat dan precies?

Janssen vertelt trots over het onderzoek. Maar er zit niet alleen een socioloog aan tafel. Bovenal is Janssen vooral een oud-scholier die anderen ook die kansen gunt die zij gekregen heeft. Een eigen Ger. Ze weegt netjes haar woorden af. De scholen die haar in de derde klas afwezen, wil ze niet noemen om hen niet voor het hoofd te stoten. De termen ‘hoogopgeleid’ of ‘laagopgeleid’ vindt ze duidelijk vervelend. Af en toe scrollt ze met haar iPad. “Dit moet ik even goed zeggen”, mompelt ze dan. Aan alles is duidelijk hoe belangrijk dit onderwerp voor haar is.

“Het niveauverschil triggerde mij enorm. Hoe kan dat nou dat kinderen die gelijk presteren wel op een ander niveau terecht komen? Dat wilden we nader onderzoeken. Vandaar dat onderwijsprofessionals ons vervolgonderzoek zijn gevraagd welke adviezen zij allemaal laten meewegen in het plaatsingsproces.”

Het blijkt dat onderwijsprofessionals twee extra factoren laten meewegen in de overgang naar de middelbare school: de mate van ondersteuning door ouders, en afwijkend gedrag. Weinig van ondersteuning en afwijkend gedrag worden als een risicofactoren gezien. Sommige professionals wegen deze factoren onbewust mee. Mogelijk verklaren deze twee factoren de ongelijke start van gelijk-presterende leerlingen in de eerste klas.

“Het is aannemelijk dat ouders die wat minder opleiding hebben genoten, hun kinderen in de zin van leren wat minder kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld het maken van huiswerk, bij het leren van een toets.” Maar is het dan misschien ook terecht dat die leerlingen op een wat lager niveau beginnen? “Nee, het is gewoon zo verdomd moeilijk om op te stromen als leerling in Nederland. Dat is echt, echt pittig. Ik heb er zelf ook heel hard voor moeten knokken. We zien ook in ander onderzoek dat als je kinderen hoger plaatst, dat ze daar ook vaker blijven hangen. Waarom gaan we niet kansrijk adviseren, en hoge verwachtingen inzetten? Dat kan een enorme boost geven.”

Daarmee bedoelt Janssen natuurlijk niet, dat een hoger niveau altijd beter is. Het vmbo past bij veel leerlingen ook veel beter dan de havo of het vwo. “Maar ik zelf voelde gewoon dat ik meer wilde en meer kon.” En zo lopen er nog meer kinderen met hetzelfde gevoel rond.

“Hoe kun je nou eigenlijk tegen een kind, een leerling, een mens, zeggen: ‘dit niveau gaat jou niet lukken’? Daar heb ik echt verschillende tikken van gehad. En daarna kreeg ik juist een enorme drive door het vertrouwen toen ik wél gesteund werd.”

“Mensen in het onderwijs willen natuurlijk het beste voor een kind. Anders zijn ze niet het onderwijs in gegaan. Maar het is wel belangrijk om hierover in gesprek te gaan met onderwijsprofessionals. Wat is wenselijk? Wat is belangrijk? Mogen deze factoren meewegen in de overgang van groep acht naar de eerste klas?”

Janssen is dankbaar dat ze haar scriptie mocht schrijven bij Openbaar Onderwijs Groningen. “Het is echt fijn dat ze hiervoor open staan. Kansengelijkheid is echt een speerpunt voor hun.”

Volgende maand wordt het artikel van Janssen, die zij samen met Gijs Huitsing, Anneke Timmermans van de RUG en Ben ter Beek van O2G2 schreef, gepubliceerd in tijdschrift Mens & Maatschappij. Zo hoopt ze op haar manier bij te dragen aan meer kansengelijkheid in het onderwijs.

1 reactie

  1. Mooi gedaan ! Hier word ik blij van ,want mijn hart ligt toch nog altijd bij t onderwijs. Het gaat nog niet overal,zoals t eigenlijk zou moeten! Dus aan jullie om er “werk” van te maken😄

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: